Sabtu, 14 Januari 2012

Buku Pegangan Jamu (Jamu Handbook) 1 - Mevrouw J.M.C. Kloppenburg-Versteegh (1862-1948)



PULIH MARI BALI WUTUH PURNA WALUYA JATI




Mevrouw J.M.C. Kloppenburg-Versteegh (1862-1948)

Jamu was (and is) practiced by indigenous physicians (dukuns). However, it is generally prepared and prescribed by women, who sell it on the streets. Generally, the different jamu prescriptions are not written down but handed down between the generations. Some early handbooks, however, have survived.[3] A jamu handbook that was used in households throughout the Indies was published in 1911 by Mrs. Kloppenburg-Versteegh [4].

[3]
  • Njonja E. van Gent-Detelle. Boekoe Obat-Obat Voor [Sic] Orang Toewa Dan Anak-Anak [Medicine Boek for Adults and Children], (Djocjacarta: Buning, 1875);
  • Njonja van Blokland, Doekoen Djawa: Oetawa Kitab Dari Roepa-Roepa Obat Njang Terpake Di Tanah Djawa [Javanese Dukun or Book with Various Kinds of Medicine in Use on Java] (Batavia Albrecht & Co. , 1899)

[4]
J. Kloppenburg-Versteegh, Wenken en Raadgevingen Betreffende het Gebruik Van Indische Planten, Vruchten Enz. [Guidance and Advice Regarding the Use of Indies Plants, Fruits, Etc.], 2 vols. (Semarang: G.C.T. van Dorp, 1911).


"Kijk in Kloppenburg!"
"Kijk in Kloppenburg!" zei men vroeger in Indië. Wie een ziekte of kwaal had, wist dat Indische planten en haar geneeskracht (1907) van mevrouw Kloppenburg-Versteegh uitkomst bood. Het boek was meteen een bestseller. De naam van mevrouw Kloppenburg hield decennia lang een mythische klank.
Later publiceerde zij Het leven van de Europeesche vrouw in Indië (1913), waarin ze aan vrouwen een aantal autobiografisch getinte leefregels gaf. In Eene nabetrachting (1940) verdedigde mevrouw Kloppenburg het nut en de betekenis van haar kruidenboek.
Ondanks dit alles, is mevrouw Kloppenburg in de 'vader'landse geschiedenis niet terug te vinden. Deze leemte moet opgevuld worden.
In mei 2000 verscheen de driedelige boekcassette De Indische planten van mevrouw J.M.C. Kloppenburg-Versteegh (1862-1948) bij Bonneville. Deze site licht een tipje van de sluier op. Wie was deze fascinerende vrouw?


Mevrouw Kloppenburg-Versteegh werd in 1862 geboren als Jans Versteegh op 'Soekamangli', een grote koffie-onderneming in het district Weleri (Midden-Java).
Toen ze 7 jaar was, werd ze naar de kostschool van de Zusters Ursulinen op Batavia gestuurd.
Van hen ontving ze een zogenoemde beschaafde opvoeding.

In 1874 raakten haar ouders in ernstige financiële problemen.
Vader Carel Versteegh, die eens vanwege zijn rijkdom de 'koffiekoning van Java' was genoemd, kon zijn leningen niet meer aflossen.
Tevergeefs had hij op een goede koffie-oogst gerekend.
Nu moest een aantal van zijn ondernemingen verkocht worden. 'Soekamangli' kon behouden worden, maar er diende ernstig bezuinigd worden.

Dure kostscholen waren er niet meer bij. Jans moest thuis komen en haar moeder helpen.

Jans' moeder Albertina van Spreeuwenburg genas met behulp van geneeskrachtige planten en kruiden de zieken op en rond de onderneming.De njonja besar wist alles, zei men. Aan mama's zijde leerde Jans alles over Indische planten en de omgang met zieken.
Deze praktijkopleiding duurde tot zij in 1883 met Herman Kloppenburg trouwde.

Haar zelfstudie ging altijd voort en met resulaten die ook anderen opvielen.
Later was zij zelfs een aantal jaren presidente van een plaatselijke ziekenvereniging op Semarang.

In 1899 sloeg het noodlot toe.
Haar oudste dochter Tina overleed door een verkeerde diagnose en behandeling van een westerse arts.

Om haar verdriet te verwerken, stortte mevrouw Kloppenburg zich op de studie van Indische kruiden. Die resulteerde in het boek Indische planten en haar geneeskracht (1907).

Inmiddels was het op Java bekend geworden dat mevrouw Kloppenburg patiënten ontving en waar nodig bezocht.
Haar naam en faam als geneeskundige groeiden snel.
Intussen maakte haar echtgenoot Herman carrière in het bankwezen.
Zo waren de Kloppenburgs, behalve door afkomst ook door eigen kracht, respectable leden van de Indisch-Nederlandse maatschappij geworden.

Mevrouw Kloppenburg wilde graag andere vrouwen de weg wijzen om hun plaats in de maatschappij te vinden.
Op basis van haar eigen ervaring en geïnspireerd door haar katholieke levensovertuiging schreef zij een handboek, getiteld Het leven van de Europeesche vrouw in Indië (1913).

Na Hermans pensionering (circa 1914), ging het gezin Kloppenburg eerst in Nederland en daarna in België wonen.
Ook hier bleef mevrouw Kloppenburg kruiden kweken en onderzoeken.
Altijd werd zij gesteund door haar dochter Troel, die haar verzorgde en nu het huishouden bestuurde. Ongetwijfeld was zij haar moeder tot hulp toen deze haar derde boek Eene nabetrachting (1940) schreef, waarin zij nogmaals het nut van geneeskrachtige kruiden benadrukte tegenover de critici die haar van kwakzalverij hadden beticht.
In 1937 keerden mevrouw Kloppenburg en Troel terug naar hun geboorteland.
Daar was het koloniale rijk aan het veranderen.
Binnen de familiekring voelden beiden zich gelukkig en geborgen.
Deze veiligheid bleek schijn.
Wat een verre oorlog leek te zijn, kwam in 1942 met de Japanse inval van Indië dichtbij.

Tijdens de Japanse bezetting werden mevrouw Kloppenburg en de haren niet geïnterneerd.
Wel leden de familiebezittingen veel schade.
De Indonesische revolutie die op de bezetting volgde, bracht de Kloppenburgs in een moeilijke positie. Interneringen volgden.
In deze periode werd mevrouw Kloppenburg ernstig ziek.
Er was geen genezing te vinden; in 1948 stierf ze in een westers ziekenhuis te Malang.


Tidak ada komentar:

Poskan Komentar